Gronings Duogram 2

Gronings Duogram 3 verschijnt op 10 mei.

De boekenbonnen zijn gewonnen door.
Ger de Zeeuw uit Nieuwleusen (15 Euro)
Maarten Milder uit Arensgenhout (10 Euro)
Van harte gefeliciteerd.

scorelijst

Tussen [ ] is fout.

Bij twijfel Van Dale, WoordWaark en/of Groningsonline raadplegen.

NGW= Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan.

'T ZEL WEER VEUJOAR WORDEN (Ede Staal)
https://www.youtube.com/watch?v=JaAgzRbE7l8

1. Kun je een paard mee vastzetten (3)
KET
Ket= klein soort paard (NL)
Ket= ketting (G)
[kit 5x] [bit 1x]
2. Gezichtsvermogen is niet iets van haar (4)
ZIEN
Zien= zijn.
3. Groente om je tanden in te zetten (6)
BIETEN
Bieten= bijten
4. Een drol kun je daar horen donderen (6)
KEULEN
Van Dale: Hij kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen.
Keulen= keutel.
5. Groeit in water maar blijft hopelijk boven water (4)
WIER
Wier= wierde= terp.
6. Netwerk in de openlucht (6)
BOETEN
Boeten= buiten.
7. Vanwege een ingang (4)
DEUR
Deur= door.
8. Treurig fruit (5)
DROEF
Droef= druif.
[druif 1x]
9. Verzadigd staat netjes in een broek (3)
VOL-VÒL
Vòl= vouw.
[vul 1x]
10. Broodje turf (5)
BAGEL
Bagel= hardgebakken broodje met een gat in het midden (NL) (Jiddisch, via de VS in het NL gekomen)
Bagel= bepaald soort turf (G)
11. Verbinding om te beleggen (4)
BRUG-BRÙG
Brùg= boterham.
12. Kleintjes kunnen grote oren hebben (6)
POTJES
Potjes= baby's
13. Schreeuwen voor poppen (6)
ROEPEN
Roepen= rupsen.
Eerst komen de rupsen en daarna de poppen.
14. Zo'n liefkozing kan uitkomen (3)
AAI
Aai= ei.
15. Trots op het formaat (5)
GROOT
Groot= trots.
[groos 2x]
16. Een vraag is persoonlijk (3)
WIE
Wie= wij.
17. Begroeiing onder in een sloot (4)
BOOM
Boom= bodem.
Boom en boôm kon vroeger in het NL ook bodem betekenen, maar dat werd waarschijnlijk alleen gebruikt door dichters.
Bij het woord boom zal bijna niemand meer (in het Nederlands) aan bodem denken.
[pool 1x] [loot 1x] [goot 1x] [boon 1x]
18. Is niet zacht, maar geeft wel warmte (5)
HAARD
Haard= hard.
19. Een kleine hoeveelheid koffie weegt veel (4)
LOOD
Lood= koffiemaat.
Ik herinner me nog de uitdrukking: 'n haalf loodje haalf en 't ol dik van guster.
Zeer slappe koffie die was gezet met de helft van een half loodje en het koffiedik van de voorgaande dag.
NGW: Kovvieload= een maatbekertje waar je de hoeveelheid koffiebonen mee kon afmeten.
20. Kippen die hun hoogtepunt bereiken (6)
PIEKEN
Pieken= kippen.
21. Daardoor kan een man vlug plassen (4)
SNEL-SNÈL
Snèl= gulp.
NGW: snelmieger= broek met een gulp.
Miegen= plassen.